Onzinnig onderzoek De Journalist over opleidingsniveau starters

writing No Comments »

Groot nieuws deze week in het ‘vakblad’ De Journalist. “Driekwart van de pas afgestudeerde journalisten beoordelen de journalistieke opleiding die zij hebben gevolgd als waardevol. Veel hoofdredacteuren (44%) vinden het niveau van starters matig of zelfs onvoldoende.” Hierbij staat niet vermeld dat het om enquête gaat onder 85 afgestudeerde journalisten gaat en 26 hoofdredacteuren, zoals blijkt uit de presentatie.

Na het lezen van het boek Wat 93,7 procent van de Nederlanders moet weten van W.L. Tiemeijer en zijn gastles op de School van Journalistiek geloof ik geen enkele enquête meer zonder ook meer te weten over het onderzoek. Bij het artikel in De journalist miste ik fundamentele informatie over de steekproef, non-response en methoden. Een goede reden dus om eens in de cijfers te duiken achter dit baanbrekende onderzoek van De Journalist.

Non-response
Wat direct opvalt bij het openen van de presentatie van de onderzoeksgegevens is de hoge non-response. De enquête is verspreid onder onder alle bij Genootschap aangesloten hoofdredacties. Dat zijn er in totaal 108, aldus de ledenlijst. Hiervan hebben er maar 26 de moeite genomen om de enquête in te vullen. Dat is dus nog iets minder dat een kwart. Bij de net-afgestudeerden ligt het aantal respondenten niet veel hoger. Hier hebben 140 van de 500 benaderden de vragenlijst ingevuld.

De vraag is dus hoe representatief deze enquête is. Ik kan mij voorstellen dat starters die mee doen aan de vragenlijst vaker wel een baan hebben en tevreden zijn over het werk dat zij leveren. Voor de hoofdredacteuren zal dat omgekeerd werken. Mensen zonder klachten, vullen de lijst minder snel in. Dat zie je ook terug in het ‘nieuws’ dat De journalist brengt. “Driekwart van de pas afgestudeerde journalisten beoordelen de journalistieke opleiding die zij hebben gevolgd als waardevol. Veel hoofdredacteuren (44%) vinden het niveau van starters matig of zelfs onvoldoende.”

Gebruikte nauwkeurigheid en vraagstelling
28,87 procent van de alumni antwoordt ‘goed’ op de vraag: beschik je over een netwerk en weet je hoe je dat kan uitbreiden. Aan dit citaat vallen twee dingen op:
Ten eerste wordt hier een nauwkeurigheid gesuggereerd door twee cijfers achter de komma te plaatsen. Dat kan natuurlijk nooit met een niet-representatieve steekproef onder 140 mensen, waarvan een deel niet eens in de journalistiek werkzaam is.

Ten tweede de titel op de sheet met diagrammen, of wel vraagstelling. Beschikt over een netwerk en weet hoe dat kan worden uitgebreid. Dat zijn twee vragen en zou dus als uitkomst ook twee antwoorden moeten hebben. Enquêtes kennen overeenkomsten met de journalistiek. Stel een dubbele vraag tijdens een interview en je krijgt het meest makkelijke antwoord. Natuurlijk heb ik een netwerk. Iedereen heeft toch een groep vrienden en familie om zich heen en ook nog een hyves-account?

Dat de werkgevers dan niet zo positief zijn over deze vraag, is logisch. Zij interpreteren de vraag heel anders. Soortgelijke verschillen tussen werkgever en werkende zie je in het hele ‘onderzoek’ terug komen.

Afspiegeling van het werkveld en studenten?
Dat er iets niet klopt aan deze enquête is ook te zien in de vierde sheet van de presentatie.

Meer info over deelnemers enquete:
30% man en 70% vrouw.
80% werkt/ 16% doet vervolgopleiding, 3,5% werkloos,
(0% zorgt voor gezin!!)
78% werkt in dienstverband /22% freelance
61% journalistiek/ 19% niet (rest doet opleiding of werkloos)
(*voor sommigen blijft onduidelijk wat nu journalistiek is en wat niet!)

De laatste opmerking is een interessante. Wat valt er nu eigenlijk onder journalistiek werk? Als dat voor de samensteller / opdrachtgever al niet duidelijk is, hoe moet dat dan voor de ondervraagde duidelijk zijn?

Sowieso zouden bij bovenstaande getallen een aantal alarmbellen moeten gaan rinkelen. 61 procent van de 140 ondervraagden werkt in de journalistiek. Dat zijn dus 85 mensen! Daar kan je toch geen conclusies aan verbinden?

Stop met dat Haagse gedoe, bericht eens over de inhoud!

Journalistiek, Nederlands No Comments »

De parlementaire journalisten moeten niet meer over het Haagse spel berichten, maar meer bezig zijn met hun democratische functie, vindt Emiel Elgersma. Zij  moeten berichten over de voorstellen die politici doen en de gevolgen daarvan voor de samenleving.

De verslaggeving over de Nederlandse politiek lijkt steeds meer op een realitysoap waarbij het meer gaat om de personen en het politieke spel, dan om de inhoud. De politieke partijen worden één voor één als personen gepresenteerd en er is altijd wel ergens een strijd gaande. Rouvoet wordt neergezet als de moraalridder van het kabinet en over de Partij van de Vrijheid wordt maar zelden gesproken. Over Wilders des te meer.

Volgens Hans Wansink (Komt allemaal door de media, Volkskrant 4 augustus 2005) komt dit soort verslaggeving vooral voor tijdens de verkiezingstijd. ,,Conflict, drama en mogelijkheid tot personificatie bepalen of zaken nieuwswaardig zijn,’’ schrijft hij. Echter dat is niet alleen zo in de campagnetijd, maar tweeënhalf jaar later gaat het er nog steeds zo aan toe. Het gaat er om wie het hardst schreeuwt en niet wat er wordt geschreeuwd.

Duidende journalistiek
Maar waarom gaat het niet meer om de inhoud van de politiek? De Haagse journalisten hebben zichzelf wijs gemaakt dat de Nederlandse bevolking niet geïnteresseerd is in ingewikkelde vraagstukken. In plaats daarvan wordt er gretig verslag gedaan van hypes en het zoveelste proefballonnetje van een politicus. Ook de objectieve berichtgeving van wat er daadwerkelijk in de Tweede Kamer wordt voorgesteld is er – met enkele uitzonderingen - niet meer bij.

De politiek wordt tegenwoordig vooral door journalisten geduid. Volgens UvA-politicoloog Philip van Praag was in 1998 de journalist 72 procent van de tijd in beeld om zijn verhaal te doen. En dat verhaal moet kort en simpel zijn. Het liefst met een tegenstelling en een paar lekkere, korte, quotes.

De journalist zoekt zelf de feiten bij elkaar die zijn gelijk onderbouwen, aldus Van Praag in het de 50 jaar tv-journaal editie van Tijdschrift voor Mediageschiedenis.  Hij stelt dat er steeds minder inhoudelijk wordt bericht over ‘relevante maatschappelijke vraagstukken en standpunten van de verschillende partijen’.

Wat willen mensen weten?
Bij de interpreterende journalistiek staat de vraag centraal ‘Waarom heeft de politicus iets gezegd?’ en niet meer ‘wat heeft hij gezegd’. De burger wordt hierdoor buitengesloten van het democratische spel, omdat hij niet meer wordt voorzien van de juiste politieke informatie om een goede, afgewogen, eigen keuzen te maken bij de verkiezingen. 

Maar hoe is die interpreterende journalistiek ontstaan? Bij de parlementaire journalisten heerst de veronderstelling dat ‘het Nederlandse volk’ niet echt geïnteresseerd is in de politiek. Maar zoals Hans Wansink schrijft, is de betrokkenheid van de burgers bij de politiek groter is dan ooit. Hij verwijst hierbij naar het succes van de stemwijzers op internet. Miljoenen mensen vullen die in om zich ‘zonder tussenkomst van de media op de hoogte te stellen van de standpunten van de partijen’.

Hieruit valt voorzichtig te concluderen dat burgers toch wel enige interesse hebben in de politiek. Misschien dat de Haagse journalisten dan liever over het Haagse gedoe berichten – wat de menselijke kant van de politiek laat zien - om zo de grote kloof tussen burgers en  de politiek te overbruggen die de afgelopen twee decennia is ontstaan. Maar die kloof is niet iets nieuws. Volgens democratiekenner en schrijver Jan de Kievid in zijn boek Democratie is zelfs het tegenovergestelde het geval. Het wantrouwen van burgers in de politiek is de afgelopen kwart eeuw niet toegenomen, maar eerder iets afgenomen.

Als er in de samenleving dan toch wel iets van interesse is in de politiek en het met de groeiende kloof ook wel meevalt, waarom wordt er dan de laatste vijftien jaar steeds meer gedramatiseerd, gesimplificeerd en geduid in Den Haag? Het is tijd dat de parlementaire journalisten weer gaan doen wat ze moeten doen. Verslaglegging van de politieke voorstellen zonder hun eigen – gekleurde - interpretaties, maar met oog voor de mogelijke gevolgen van die voorstellen in de samenleving.

Democratische functies
Het zijn de klassieke democratische functies van een journalist om zowel de macht te controleren, de burgers te informeren als misstanden aan de kaak te stellen. Dat doe je niet door de politiek te benaderen als een realityshow, zoals dat nu gebeurt. Het grootste bezwaar tegen dat soort verslaggeving is misschien wel dat je als journalist de politiek daardoor niet serieus neemt.

Dat is onterecht, aangezien er in  Den Haag dagelijks beslissingen worden genomen die grote invloed hebben op de Nederlandse samenleving. Als journalistieke waakhond moet je dus niet gaan schrijven over het Haags gedoe zoals welk Kamerlid het met wie doet, maar over wat voor uitwerkingen beleid heeft. Dat is het controleren van de macht.

Focussen op de inhoud
Door  wat vaker in te gaan op de politieke inhoud en de gevolgen, in plaats van de strijd tussen politici, brengt ook voordelen met zich mee.

Ten eerste zorg je ervoor dat burgers goed geïnformeerd zijn over wat er in Den Haag speelt en hoe de verschillende partijen daarover denken. Hierdoor kunnen kiezers in de volgende verkiezingen een goede, eigen, afweging maken.

Naast dat die inhoudelijke verslaggeving burgers informeert, is die verslaggeving ook een goede manier om de macht te controleren. Door de toetsing van voorgenomen beleid in de samenleving kom je als journalist er achter wat voor gevolgen een voorstel uit Den Haag heeft  en wat er fout kan gaan. Zo kunnen ook misstanden – een andere democratische functie - worden ontdekt.

Naast de – iet wat idyllische – democratische functies, is er de winst dat de journalistieke producties dichter bij de gewone burgers staat. Een veelgehoord verwijt aan de media is dat dat nu niet het geval is. De civiele journalistiek klinkt simpel, maar berichtgeving die dicht bij de burger staat, gebeurt veel te weinig. Het is niet de bedoeling dat alle voorstellen simpelweg worden geprojecteerd op Jan Modaal, maar als journalist moet je jezelf  afvragen wat voor gevolgen een voorstel heeft voor bijvoorbeeld de ouderenzorg. Dat komt dus neer op praten met de ouderen, hun kinderen en mensen die in die sector werken. En dan niet alleen de directeur.

Tenslotte zorgt het inhoudelijk berichten over voorstellen van politici ervoor dat journalist ook weer tussen de ‘gewone mensen’ komen. Dat relativeert het belang van Haagse gedoe en zorgt er voor dat er met een frisse blik naar Den Haag kan worden gekeken. Misschien dat dan ook eens duidelijk wordt dat niet zo veel mensen geïnteresseerd zijn in de Haagse malaise, maar wel in de politiek in Den Haag voorstelt.

De PvdA-droom: Studenten betalen hun eigen studie

Journalistiek, Nederlands No Comments »

PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar probeerde het aan het begin van dit jaar maar weereens. Studenten moeten grotendeels zelf hun studie gaan betalen. Tichelaar pleit voor een leenstelsel voor studenten.

Tijdens de studie wordt een gewenst bedrag van de overheid geleend om de opleiding te betalen. Het geleende bedrag wordt na de studie aan de staat terugbetaald naar draagkracht. Dus wie veel verdient, betaalt elke maand een hoog bedrag, wie een laag inkomen heeft, betaalt een klein beetje. Na 25 jaar wordt de schuld kwijtgescholden. Het voorgestelde leenstelsel zou de overheid een hoop geld opleveren om de financiële problemen in de zorg en met de opkomende vergrijzing op te lossen.

Scheve verdeling
Het grootste probleem met de huidige studiefinanciering is volgens de PvdA de scheve verdeling daarvan. Tachtig procent van het geld komt terecht bij de rijkste helft van de bevolking. Dat moet anders kunnen, vindt de partij. Het sociale leenstelsel zorgt er voor dat een student gaat betalen op het moment dat de studie hem rendement oplevert. Of te wel: iemand met een goed slaris krijgt achteraf geen overheidssteun meer.

Het is niet de eerste keer dat de PvdA de studiefinanciering op de schop wil nemen. Binnen de partij heerst de opvatting dat de studie door de student zelf betaald moet worden. Al enkele jaren wordt met verontwaardiging gesproken over dat de slager betaalt voor de studie van de tandarts. Er wordt geredeneerd dat de student in de toekomst financieel profijt heeft van een diploma. Om die te bekostigen kan daarom best een lening worden afgesloten.

Nadat Wouter Bos in aanloop naar de laatste verkiezingen het balletje al een keer had opgeworpen, was het in oktober 2007 de minister van Onderwijs Ronald Plasterk, die met het onderwerp aan de haal ging. Hij stelde voor om de studiefinanciering in het geheel af te schaffen en een sociaal leenstelsel in te voeren. De minister kan het geld dat door de afschaffing vrijkomt goed gebruiken om de lerarensalarissen te repareren. Plasterk heeft daarvoor meer dan 1 miljard euro per jaar nodig.

Geen steun
In een korte periode heeft de Partij van de Arbeid drie keer een voorstel gedaan om de studiefinanciering aan te passen, maar tot op heden hebben ze geen medestanders gevonden. Zowel de coalitiepartijen CDA en ChristenUnie, als de oppositiepartijen zijn tegen de afschaffing van de studiefinanciering zoals Tichelaar en Plasterk voorstellen. Ook krijgt de partij geen bijval vanuit de verschillende landelijke studentenorganisaties en de Algemene Onderwijsbond.

Oppositiepartij SP is furieus over de voorgenomen plannen van minister Plasterk. ,,Wij verwerpen de leendwang die de partij de studenten wil opleggen,’’ regeert SP-Kamerlid Renske Leijten. ,,De plannen zijn een barrière voor de sociaal zwakke.’’ De partij vreest dat allochtonen en mensen met weinig geld niet gaan studeren als ze verplicht worden te lenen om hun studie te bekostigen.

Ook het Interstedelijk Studenten Overleg reageert verontwaardigd. In het plan van Plasterk krijgt de leraar een salarisverhoging uit de beurs van de student, redeneert het Overleg. Een ander bezwaar tegen het leenstelsel is dat de toegankelijkheid van het onderwijs verslechtert.

Toegankelijkheid hoger onderwijs
Volgens de PvdA zijn binnen het sociale leenstelsel voldoende waarborgen voor de toegankelijkheid ingebouwd. Fractievoorzitter Tichelaar is zelfs van mening dat het hoger onderwijs toegankelijker wordt. In een brief aan de PvdA-leden schrijft hij dat er geen risico meer bestaat dat studenten met een enorme schuld blijven zitten die ze nooit kunnen terugbetalen. ,,Dat gebeurt immers pas ná je studie en naar rato van je inkomen. Voor leenangst vervalt elke materiële grond.’’

De effecten van een sociaal leenstelsel zijn in 2003 onderzocht door Centraal Plan Buro. Die oordeelde – net als Tichelaar - dat de toegankelijkheid gewaarborgd blijft en studenten niet worden afgeschrikt door het stelsel.

Toch zijn de tegenstanders niet overtuigd. Hun standpunt wordt gedeeltelijk ondersteund in een rapport van De Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Die oordeelde dat de het hoger onderwijs in Nederland toegankelijk is, maar plaatste wel een kritische kantekening. Als jongeren verwachten dat verdere scholing minder oplevert en de kosten hoger worden door bijvoorbeeld een leensysteem, kan dat er voor zorgen dat het hoger onderwijs minder populair wordt, aldus de WRR.

Kenniseconomie
Bij het aantreden van het vierde kabinet Balkende is er volop gesproken over een innovatieve economie voor het land. Nederland moet in de top van de Europese kenniseconomieën komen. Om dat voor elkaar te krijgen is het noodzakelijk om zoveel mogelijk mensen hoog op te leiden.

Een sociaal leenstelsel is dan een barrière, zeggen de tegenstanders. ,,Hoe kan de PvdA nu tegenwerken dat mensen iets van hun leven maken,’’ regeerde D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold op het voorstel van Plasterk.

SP-Kamerlid Leijten denkt dat het leenstelsel innovatie zal tegenwerken. ,,Mensen gaan strategisch een studie kiezen, iets wat geld oplevert.’’ Ook denkt ze dat studenten zicht niet maar gaan ontplooien tijdens hun studietijd. ,,De financiële druk wordt te groot.’’

Studie betalen
Volgens de PvdA kunen studenten rustig studeren, omdat ze in het nieuwe stelsel in de 25 jaar na hun studie de lening afbetalen. Het bedrag wat iemand per maand aflost is afhankelijk van zijn inkomen.

Maar dat is niet eerlijk, zegt de SP. ,,Als studenten zelf de studie moeten gaan betalen, betalen ze uiteindelijk dubbelop,’’ vindt SP-kamerlid Renske Leijten. ,,Dat komt omdat wij in Nederland een progressief belastingstelsel hebben, daar betaalt die goed verdienende advocaat ook meer belasting.’’

Wie zijn de Taliban?

Journalistiek, Nederlands No Comments »

Vorige week sprak generaal buiten dienst Kees Homan op de School voor Journalistiek over Afghanistan. Een interessant verhaal over de verschillende militaire missies, problemen en de Taliban. Hij gaf aan dat er twee groepen zijn. De eerste lijns zijn de echte diehards, de tweede lijns zijn de meelopers die geen werk en geld hebben.

De Candeese journalist Graeme Smith van de Canadeese krant Globe and Mail wilde graag meer weten over die Taliban. Dat is volgens hem een essentieel onderdeel van de verslaggeving van de oorlog in Afghanistan. En Dat heeft hij dus gedaan in een mooie multimedia flash-presentatie.

Taliban

Volgens Smith is er bij de NAVO-troepen (en het Westen in het algemeen) geen duidelijk beeld wie en wat de Taliban zijn. Een Amerikaan die hij sprak, had een simpele manier om de goede van de slechte Afghanen te onderscheiden. Vlieg er met je helikopter over heen, degene die op je schieten zijn de slechte.

Dat is volgens Smith iets te simplistisch en brengt een hoop problemen met zich mee. Als je niet weet wie en wat de Taliban zijn, hoe bepaal je dan wie er goed en slecht is? Met wie je moet praten en hoe zorg je er voor dat er niet meer Afghanen zich aansluiten bij de verzetstrijders?

Graeme Smith besloot om de opstandelingen in Kandahar in beeld te brengen. Hij gaf een lokale vriend, fixer en onderzoeker een ’simpele’ taak. Zoek opstandelingen, stel elke keer dezelfde 20 vragen en leg dit vast op video. Na 42 van die interviews (die tussen 15 minuten en 1 uur duren) kreeg de journalist een beter beeld van wie en wat de Taliban zijn en willen.

UITKOMSTEN
Uit het onderzoek komen een paar punten naar voren:
Het maakt de Talibanstrijders niet zoveel uit wie er in de regering zit, zolang er maar een islamitische regering is. Hoewel Mullah Omar als de leider van de Taliban wordt gezien, mag er ook een andere leider komen.

Een wereldewijde Jihad met Afghaanse strijders zit er niet in, maar een paar van de geïnterviewde willen de strijd uitbreiden. De meeste strijders hebben nog nooit gehoord van Canada en hebben geen flauw benul waar het licht op de kaart.

DE UITWERKING
Over dit alles had hij natuurlijk een artikel kunnen schrijven, maar de huidige uitwerking is veel beter. Op de website zijn zeven filmpjes tussen de 5 en 10 minuten te zien. Daarnaast zijn er foto’s en infographics. Tot slot zijn alle 42 interviews met de Talibanstrijders terug te zien. Dit alles is zeker goed voor een uur kijk- en klikplezier!

Pictures

Sardinia, by country, photography No Comments »

Enjoying the sun in Sassari

The Market in Sassari

Cagliari


A park in Cagliari

Nuraghe

Sardinia, Travel 2 Comments »

Nu what? The Nuraghe (nu’rage) are everywhere on Sardinia, and I went to see the most important one in Barumini. The Nuraghe is a 10-20 meter high tower from megalithic time. They where buildt for…. nobody knows exactly. As my guide said ,,there are a lot of maybe and perhaps in the story.”

Barumini Nuraghe

Wikipedia has the whole story: Nuraghes appeared on the island in an undetermined epoch (not earlier than 6th millennium BC). Some elements have been dated 3500 BC, but it is supposed that most of them were built from the middle of the Bronze Age (18th-15th centuries BC) to the Late Bronze Age, though many were in continuous use until Rome entered Sardinia (2nd century BC).

To Barumini it was only 50 kilometers, from Cagliari, but it was a big adventure. My bus left at the station at 14.00, so that was not the hardest part. But getting a ticket was not so easy, as almost nobody speaks English here. After asking the guy at the desk in my best Italian, he told me to go to the McDonalds…. OK. I went in this smelly place, but nothing more then hamburgers and teenagers. In the back there was an other desk wich sold a ticket. Why inside the McDonalds???

Is this the bus to Barumini, I asked one guy. He did not know, but a small woman (she looked 16 but probabbly was 28) told me yes. And off I go. In Barumini the girl-woman warns me to get off.


The countryside

There I stand in some small village with a terrible cold wind. Where to go now? Thank god there where a lot of signs, as the Nuraghe-site is UNESCO World Heritage. At the entrence I had to wait 10 minutes for the tour to starts… are there more tourist? No one, so I get a private tour on the site. The buildings are very impressive.

The trip back was more complicated. First I waited till six o’clock on the bus. I took me to the trainstation. But before arriving the busdriver needed a pizza. No problem on Sardinia. He just stoped in a village, went inside and ordered a pizza. After 5 minutes the trip continued.

At the trainstation it was really quite. Nobody, also no one to buy a ticket from, just some Italian sign. I had no idea what it said, so just wondered arround. Sudenlly I saw a ticket machine but ofcourse only in Italian. Some woman that just entered the building helped my out and after pushing some buttons I had a ticket. The train brought me safely back to Cagliari.

Sassari and Cagliari

English, Sardinia, Travel 1 Comment »

I arrieved save on Sardinia. I found a good hostel, near the airport where I stayed for one night. The only other guest was a Jappanees guy, traveling Italy for 2 months.

Today I started early. Breakfast at 830, and at 9 the bus to Sassari. From 10 till 13:30 I walked around the old city centre. A lot of small streets and a nice atmosphere. At 14:15 I took the bus to Cagliari. A nice trip from the north to the south. First through the hills, then on some flatland with views on snowy tops. The landscape is quite rough, but green at this time of the year. Sardinia has one quarter of the sheeps in Italy, so on my trip I saw a lot of them.

In Cagliari, the capital of Sardinia, Paolo picked me up. We went to his apartment. He lives with 4 other students. Tonight we will go to a footballmatch.

WP Theme & Icons by N.Design Studio
Entries RSS Comments RSS Log in